Eindtoetsen en sekse: zijn de jongens de pineut?

jongens steeds zwakker op toetsen?
toetsresultaten jongens vergeleken met meisjes

Jongens doen het steeds minder goed op school, althans zo werd onlangs nog beweerd (AD februari, 2017[1]). Meteen worden daar verklaringen bij geleverd: het ontbreken van contact met mannelijke rolmodellen, het onderwijs dat taliger is geworden en uitgaat van concentratie en rust, de anders verlopende rijping van het jongensbrein en het gebrek aan beweging en uitdaging (zie o.a. L. Woltring).

De vraag is of de stelling wel klopt: doen jongens het steeds slechter? Om daar iets verantwoords over te kunnen zeggen moeten we wel de goede bronnen raadplegen.

PPON

Ik beperk me tot de basisschool. In de peilingen van PPON, een onderzoek naar de kwaliteit van het primair onderwijs dat al sinds 1987 door Cito is uitgevoerd en waarin de prestaties van de leerlingen in de basisschool werden gemeten, zijn ook steeds de verschillen tussen jongens en meisjes gerapporteerd. Welk beeld rijst op uit die bijna 60 rapporten?

Er zijn kleine tot grote verschillen in resultaat tussen jongens en meisjes, maar vaak is er ook geen enkel verschil. Algemeen gesproken blijken jongens beter te scoren in een groot deel van rekenen-wiskunde, een groot deel van wereldoriëntatie (Geschiedenis, Aardrijkskunde, Natuur en techniek) en bij bewegingsonderwijs. Meisjes behalen meestal hogere resultaten bij veel taalonderdelen (lezen, schrijven, spreken, spelling, grammatica, handschrift), bij sociale opbrengsten (sociale cognities, houding- en vaardigheden, zoals bij burgerschap) en bij Muziek[2]. Bij een aantal onderwerpen zien we weinig of geen verschil: bijvoorbeeld bij kennis over burgerschap en argumentatievaardigheden daarin, bij Biologie, bij Nederlandse luistervaardigheid en bij Engels (zie voor specificaties de rapportages van PPON).

Of de verschillen tussen jongens en meisjes nu zijn toegenomen of afgenomen in de loop der jaren is lastig vast te stellen. Feitelijk kan dat alleen als er toetsen worden gebruikt die op eenzelfde meetschaal staan. En dat is bij PPON het geval. Voor een vergelijking moeten we wel steeds even terug in de tijd, want de vakken/onderwerpen worden slechts eens in de 5 tot 7 jaar (en soms nog minder vaak) gepeild. De uitkomsten zijn echter zeer gedetailleerd en direct vergelijkbaar en dat kan je van heel veel andere onderzoeken niet zeggen.

Bij rekenen-wiskunde blijkt dan dat er voor jaargroep 8 tussen 2004 en 2011 niet veel is veranderd[3]. In 2011 bleken jongens in 20 van 22 onderwerpen beter. Dat was in 2004 bijna hetzelfde. Jongens gingen er eerder licht op vooruit dan achteruit (bijv. Schattend rekenen en Samengestelde bewerkingen). Bij Taalonderwerpen zien we enkele kleine veranderingen. Bij leesvaardigheid, opzoeken en woordenschat is het verschil wat groter geworden tussen 2011 (Balans 54) en 2005 (Balans 35). Meisjes schrijven in 2011 net als in 1999 betere teksten dan de jongens. In luistervaardigheid zien we geen verschillen tussen jongens en meisjes in 2007 vergeleken met 1998 en de kleine verschillen bij grammatica, spelling, interpunctie en zinsontleding zijn sinds 1998 tot 2009 ook niet veranderd. Het gaat te ver om hier alle onderwerpen te noemen, maar over de hele linie genomen moeten we concluderen dat er van duidelijke verschillen ten nadele van jongens bij rekenen en taal geen sprake lijkt te zijn.

JPON

Hoe zit dat bij de Eindtoets? Dat is een toets die medebepalend is voor het advies naar het vervolgonderwijs. Daar wordt dus met argusogen naar gekeken. In een recente analyse concluderen onderzoekers van Oberon en de Universiteit Twente dat de score van de jongens op de Eindtoets met 1,5 punt gedaald en dat meisjes sinds drie jaar hoger scoren dan de jongens.[4]

Voor een goede analyse van de verschillen in prestatie is die eindtoets in directe vorm sowieso al niet geschikt. Deze toets bevat elk jaar volledig nieuwe opgaven en de scores zijn daardoor niet zomaar van jaar op jaar vergelijkbaar. Daar is een aanvullende analyse voor nodig, waarin met behulp van ankers een vergelijking wordt gemaakt en een vaste meetschaal wordt geconstrueerd, net zoals bij PPON gebruikelijk was.

Gelukkig is daarom vanaf 2008 door Cito aanvullend onderzoek uitgevoerd waarin die vergelijking over de jaren heen wel mogelijk wordt. Hoe dat werkt wordt uiteengezet in de JPON-rapportages. Dit onderzoek levert ons goed materiaal voor een analyse van het verschil tussen jongens en meisjes in de afgelopen jaren.

Het algemene beeld bij deze jaarlijks terugkerende peiling is redelijk consistent. Er zijn significante verschillen in resultaat tussen jongens en meisjes. Deze zijn bij de rekenonderwerpen het grootst en in het voordeel van de jongens. Bij de taalonderwerpen zien we dat meisjes gemiddeld hoger scoren op (begrijpend) lezen en spelling, maar dat jongens een hogere vaardigheid hebben op Woordenschat.

Deze verschillen zijn door de jaren heen nauwelijks gewijzigd. Wel is het beeld bij woordenschat grillig. Meestal scoren jongens daar beter, maar soms is er geen verschil met het resultaat van de meisjes. Hier lijkt de inhoud van die toets, in feite de gekozen woorden, ook een rol te spelen, iets dat eigenlijk niet zou mogen.

Interessant is dat we na zeven peilingen op rij een algemene trend kunnen zien[5]. Hoewel de verschillen wel telkens dezelfde kant op wijzen en soms een grillig verloop hebben, zien we dat in absolute zin de scores naar elkaar toe lijken te kruipen. Op de vaardigheden die hier getoetst worden komen jongens en meisjes dus steeds dichter bij elkaar (zie de grafiek p.28). Meest zichtbaar is dat bij lezen (BL) en woordenschat (WS).

Verschil tussen jongens en meisjes van 2008 tot en met 2014, en de bijbehorende lineaire trendlijnen (Cito, 2014). 

trends jongens-meisjes JPON 2014

De jongens verliezen dus langzaam hun voorsprong op de meisjes, maar dat geldt evenzeer andersom. Het is dus maar net naar welke onderwerpen je kijkt. En of je het erg moet vinden dat het verschil minder wordt laat ik aan de lezer.

De vergelijking doortrekken vanaf 2014 wordt lastig. Het lijkt erop dat meisjes nu beter scoren dan de jongens. Dat blijkt als we de totaalscore sinds 2014 bekijken (zie Tussenrapportage[6]). Maar de toets is sindsdien van samenstelling veranderd en het afnamemoment is verschoven. Welke gevolgen dat allemaal heeft is lastig te interpreteren.

Belangrijk voor de huidige 6 verschillende eindtoetsen is de vraag of de toetsontwikkelaars wel goed kijken naar de vraagonpartijdigheid van de opgaven (itembias) op dit vlak. Het mag niet zo zijn dat je bij de ene toets als jongen minder kans op een vwo-advies hebt dan bij een andere toets. Als dat het geval is, deugt die toets natuurlijk niet.

Het is nu al zo dat de drie toetsen van vorig jaar op het punt van de totaalscore niet op eenzelfde VO-advies uitkomen. Bij de een krijg je met een bepaalde score een hoger advies dan bij de ander[7]. Dat deugt dus al niet en daar valt dus al het nodige aan te repareren.

Hopelijk kijkt de Expertgroep PO van OCW straks ook goed naar het genderaspect en hoeven jongens niet de pineut te worden van een toets die een te laag advies levert alleen omdat ze toevallig jongen zijn….

 

NB: Deze bijdrage betreft alleen de basisschool. Daarna treden er blijkbaar wel verschillen op getuige een recente rapportage van het CBS. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2014/39/jongens-presteren-na-de-lagere-school-gemiddeld-minder-goed-dan-verwacht-meisjes-juist-beter

[1] Algemeen Dagblad, februari, 2017 http://www.ad.nl/binnenland/jongens-steeds-slechter-in-eindtoets-van-basisschool~a9bc04283/

[2] Dat wil zeggen als niet wordt gecorrigeerd voor het feit dat meisjes ook vaker op muziekles zitten en een instrument bespelen.

[3] Scheltens, Hemker en Vermeulen, 2013, Cito, p. 298: http://www.cito.nl/~/media/cito_nl/files/onderzoek%20en%20wetenschap/ppon/cito_balans_51_rekenen-wiskunde.ashx?la=nl

[4] Oomens, Scholten & Luyten, Oberon/Universiteit Twente, 2017 http://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2017/01/27/tussenrapportage-evaluatie-wet-eindtoetsing-po/tussenrapportage-evaluatie-wet-eindtoetsing-po.pdf

[5] Hemker & Van Weerden, Cito, 2014

http://www.cito.nl/onderzoek%20en%20wetenschap/deelname_nat_onderzoek/ppon/jaarlijks_peilingsonderzoek/jaarlijks_peilingsonderzoek_zevende_meting

[6] Zie noot 4

[7] Zie Emons, Glas en Berding-Oldersma, OCW, 2016 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/12/01/rapportage-vergelijkbaarheid-eindtoetsen/rapportage-vergelijkbaarheid-eindtoetsen.pdf

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.