timss-en-toetsenDe resultaten van de laatste internationale peiling van rekenen en natuuronderwijs (science) zijn recent bekend gemaakt (TIMSS). Dat is schrikken! Nederland komt er slecht vanaf, de prestaties van de leerlingen in groep 6 zijn gezakt. Ook vergeleken met de eerste meting in 1995 is het resultaat echt slechter. Hoorden we vroeger bij de besten, nu horen we bij de middenmoot (van 47 landen). En bij het zeer kleine rijtje landen waar het slechter gaat in plaats van beter.

Verbazingwekkend nieuws als je bedenkt dat in de laatste jaren de nadruk op basisvaardigheden in het onderwijs alleen maar groter is geworden. Er zijn referentieniveaus voor taal en rekenen ingevoerd, er zijn allerlei stimuleringsprogramma’s opgezet voor rekenen en taal. Er is zelfs een rekentoets verplicht gesteld, weliswaar in het vo, maar dat zou toch moeten afstralen op het po.

En tot overmaat van ramp blijkt uit de laatste PISA-cijfers dat het op 15-jarige leeftijd ook de verkeerde kant op gaat.

Er gaat dus iets fundamenteel niet goed. Je zou kunnen betogen dat die maatregelen nog moeten doordringen in het onderwijs, maar dit is een peiling uit 2015 in groep 6! Je mag verwachten dat als het beter zou gaan je daar toch al wel wat zou moeten kunnen zien.

Waarom helpen al die maatregelen niet? Ik pik er een uit, namelijk de referentieniveaus.

Bij de invoering van de referentieniveaus heeft men zich veel te weinig aangetrokken van de heterogeniteit in de leerlingenpopulatie. Door in ieder geval zeker te stellen dat minstens 75% van de leerlingen het 1F niveau zou halen heeft men het niveau niet omhoog getild, maar juist platgeslagen. Voor veel leerlingen kan de lat veel hoger, slechts 25% heeft in principe moeite met 1F. Nu is men al blij als meer dan 75% het referentieniveau heeft gehaald vergeleken met de vorige meting. Van 75 naar 90%!* Dat is echter niet de kern. Als meer leerlingen die ondergrens halen, maar tegelijkertijd veel leerlingen in die 75% boven de streep slechter gaan presteren, omdat ze zich niet meer uitgedaagd voelen, gaat het per saldo slechter. Met andere woorden: het gaat er ook om wat er aan de bovenkant van de verdeling gebeurt.

Er is destijds ook een Streefniveau geformuleerd dat bij rekenen door ca. 50% van de leerlingen zou moeten worden beheerst. Maar dat niveau wordt niet gehaald (44% in de laatste meting)*. Dat geeft dus al aan dat we aan de bovenkant niet op het goede spoor zitten.

De huidige praktijk, die is ontstaan ten gevolge van de invoering van de huidige referentieniveaus, zou je kunnen kenschetsen als een gelegitimeerde zesjescultuur. Daar ga je bij internationale vergelijkingen niet mee scoren!

Welke rol spelen toetsen in deze problematiek? Interessant hierbij is de rol van het Cito leerlingvolgsysteem. In dat systeem kun je prima zien op welk niveau elke leerling zit. Er zijn 5 niveaus (ABCDE, oude indeling), waarbij in A de hoogste 25% zit en in B de volgende 25%, bij elkaar 50% boven het landelijk gemiddelde. Voor scholen is het zaak juist ook die leerlingen met een A- en B-score goed in de gaten te houden. Die halen dat referentieniveau van 1F natuurlijk makkelijk, maar daar gaat het niet om. Behouden die leerlingen wel hun hogere niveau, of, nog beter, groeien ze nog een beetje? Een goede analyse, waarbij ook de vaardigheidsgroei wordt meegenomen is hierbij cruciaal. Dat kan met het computerprogramma dat bij het Cito LOVS hoort. Helaas gebruiken steeds minder scholen dat systeem, omdat ze liever werken met een ander, meer generiek administratiesysteem. Dat ziet er dan vaak gelikter uit, wordt beter vermarkt en verkocht, maar biedt op dit vlak veel minder analysemogelijkheden dan het originele Cito-programma.

In principe zijn in Nederland de gereedschappen beschikbaar om tot betere leerlingprestaties te komen. Goede toetssystemen maken daar deel van uit. Daar moeten we dan wel op de juiste wijze gebruik van maken. En misschien komen we dan uiteindelijk ook weer hoger in de internationale ranglijstjes.

 

* Bron: CvTE, 2015, zie Onderwijsverslag 2016, Inspectie van het Onderwijs.

Percentage leerlingen naar behaald referentieniveau bij lezen, taalverzorging en rekenen in 2015

Lezen Taalverzorging Rekenen
<1F 8 4 10
Fundamenteel niveau (1F) 27 62 46
Streefniveau (2F/1S) 65 35 44