Toetsuitkomsten en ouders

school en ouders
Bespreken toetsresultaten met ouders

“Scholen, kinderen en jongeren floreren bij ouderbetrokkenheid. Daarom willen we de samenwerking tussen school en ouders versterken.” zo staat in de laatste regeringsverklaring. En verder: “Beperkt en begaafd, ieder kind verdient onderwijs om zichzelf maximaal te ontplooien, ook als dat extra zorg of ondersteuning vraagt”. Het kabinet wil dat ouders en scholen in een gelijkwaardig gesprek tussen ouders en school een passende aanpak afspreken (Zie verder Ouders & onderwijs).

Prima uitgangspunt zo lijkt het, maar er zijn wel wat haken en ogen in de relatie tussen ouders en school. Meer kansen op maat bieden, kan ook leiden tot nog grotere kansenongelijkheid vanwege het verschil in achtergrond van de leerlingen (de ouders dus).

Neem de volgende situatie:

Eva haalt op haar citotoetsen in groep 6 en 7 voor rekenen steeds een C-niveau. De juf zei steeds dat Eva goed vooruitging en dat ze een normale groei doormaakte. Als het schooladvies ter sprake komt geeft de juf van groep 8 aan dat Eva het beste naar het VMBO kan gaan. Pa en ma schrikken zich een ongeluk, want ze hadden eigenlijk minstens Havo in gedachten. Ze komen bij de schooldirectie verhaal halen. Had de school niet eerder moeten ingrijpen en Eva beter rekenles moeten geven, zodat ze een hoger schooladvies had gekregen?

In dit voorbeeld gaat er van alles mis in de communicatie van de school met de ouders. Ouders weten blijkbaar niet wat een stabiel C-niveau betekent en wat dat voor consequenties heeft voor de doorverwijzing in groep 8. Blijkbaar heeft de school het niet goed uitgelegd of hebben de ouders de informatie niet gelezen en/of niet begrepen. Als die uitleg pas in groep 8 komt is het vaak te laat.

Nu is het LOVS-systeem, zoals het Cito-volgsysteem vroeger werd aangeduid, ook niet echt makkelijk te begrijpen. Er zijn zelfs leerkrachten die te veel of te weinig gewicht aan de toetsscores hechten. Laat staan dat er ouders zijn die betekenis van een C-niveau (of een niveau III) goed kunnen plaatsen. Zo zijn er leerkrachten die zeer nauwkeurig onderscheid maken in A en A+, een verfijning van de niveau-indeling die vaak niet waargemaakt kan worden gezien de kwaliteit van onderliggende toets (bijv. bij Begrijpend Lezen). Andersom zijn er leerkrachten die meer waarde hechten aan de uitkomsten van de methode-gebonden toets, of hun zelf gemaakte toets, dan aan die van het LOVS. Ook dat valt te betwisten, zeker als het lesboek nauwgezet is gevolgd en de toets meteen na een stukje onderwijs plaatsvindt (bijv. bij Rekenen).  Dat de meeste leerlingen op zo´n moment bijna alles goed hebben ligt voor de hand. Methode-gebonden toetsen en LOVS-toetsen kunnen ook uit de pas lopen. De school kan zijn eigen opbouw hebben en dat hoeft niet altijd te sporen met die van het LOVS (bijv. bij Spelling). Kortom, er zijn allerlei argumenten om zowel de uitkomst van het LOVS, als die van methodetoetsen wat te relativeren.

Maar dat een LOVS-niveau dat jaren achtereen wordt gevonden wel een hoge voorspellende waarde heeft naar het vervolgonderwijs toe, mag toch geen verrassing zijn. Een leerling kan een dip hebben of soms een sterke dag, maar als er 6 toetsresultaten op rij zijn die aangeven dat het niveau rond de C schommelt, dan is dat een sterk gegeven. Als de uitkomsten op andere toetsen en de observaties van de leerkrachten het beeld ondersteunen is er voldoende grond voor een redelijk advies.

congres Medilex
Congres Zinvol toetsen

Afgelopen 30 oktober gaf ik op een mooie locatie  in Utrecht enkele workshops over toetsbeleid (Medilex) en daarbij kwam ook de vraag aan de orde hoe toetsuitkomsten met ouders worden gecommuniceerd.

Een beknopte enquête van 5 vragen levert het volgende beeld op:

 

  • Bij 80% staan de LOVS niveaus van het Cito Volgsysteem in de het rapport.
  • Zo’n 90% geeft uitleg over de systematiek van de LVS-rapportages. De uitleg wordt vooral schriftelijk gegeven, in het rapport zelf of met een los inlegvel, maar ook wel mondeling, in een gesprek met ouders of op een ouderavond.
  • De LOVS-resultaten worden door 84% van de respondenten in het 10-minutengesprek besproken en vooral als het nodig is gezien de ‘tegenvallende’ uitkomsten.
  • In verhouding bepalen LOVS-resultaten voor 25% het rapportcijfer. Nog eens 25% wordt gebaseerd op de observaties van de leerkracht en 50% is gebaseerd op uitkomsten van methodetoetsen. Deze verhouding varieert nogal per school en ook per bouw. In de onderbouw spelen LOVS-gegevens nauwelijks een rol, maar in de bovenbouw zijn ze bij sommigen allesbepalend. In de meeste gevallen zijn echter methodetoetsen (en andere evaluatie-uitkomsten) doorslaggevend voor het cijfer op het rapport..
  • Tot slot blijkt dat bij twee derde van de respondenten ouders geen genoegen nemen met de conclusies van de school op basis van de toetsuitkomsten en dat er dien ten gevolge gesprekken moeten worden gevoerd om de conclusies verder te onderbouwen. Dit speelt vooral bij het schooladvies en vaak worden dan meerdere personen van de school bij het gesprek betrokken.

De respondenten waren vooral interne begeleiders en enkele directeuren en het aantal respondenten was natuurlijk beperkt (n=33). Toch geeft deze enquête-uitslag wel een indicatie van de huidige stand van zaken.

Opvallend vond ik zelf vooral de grote invloed van methodetoetsen ten opzichte van de LOVS-uitkomsten bij het bepalen van de rapportcijfers. Uiteraard zijn LOVS-toetsen niet alleenzaligmakend, maar van methodetoetsen mag je aannemen dat  de uitkomst daarvan sterk afhangt van de inhoud van het gegeven programma en de kwaliteit van de instructie van de betreffende leerkracht. De toetsen zijn niet genormeerd en de betekenis van de cijfers kan daardoor van school tot school sterk verschillen. Een 8 op de ene school kan daardoor een 6 zijn op de andere school. Zelfs binnen de school kan de betekenis variëren afhankelijk van de ‘toevallige’ leerkracht die de leerling heeft.…

Nu het gebruik van volgsystemen bij wet verplicht is en de rol van de Eindtoets is verzwakt, is een goede communicatie met ouders extreem belangrijk geworden. Zij zullen tijdig moeten worden geïnformeerd over de wijze waarop leerlingen worden getoetst en wat de uitkomsten betekenen. De uitkomst van bovenstaande enquête onderstreept nog eens het belang daarvan.

De praktijk is nu wel dat de meer alerte en draagkrachtige ouders er voor zorgen dat er voor hun kroost hulp komt bij het schoolwerk en dat er getraind wordt op de eindtoets. Dat fenomeen, samen met het toegenomen belang van het schooladvies ten opzichte van de eindtoets, maakt dat de kansenongelijkheid nu weer toeneemt in de basisschool. En je kunt het die ouders niet kwalijk nemen natuurlijk. Je zou het zelf ook doen als het nodig mocht zijn…

Toch lijkt het me een flink dilemma voor de basisschool bij hun informatieverstrekking. Want om ouders te stimuleren om de school te ondersteunen bij het bereiken van de onderwijsdoelstellingen is natuurlijk prima. Maar hoe dat moet worden afgestemd op de verschillende achtergronden van de leerlingen is nog een hele uitdaging. Een simpele oplossing is niet meteen voorhanden, maar je bewust zijn van het probleem en daar zorgvuldig mee omgaan is essentieel.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.